Utrechtse Provinciale Staten over N201

N201-Provincie Utrecht

Betere doorstroming N201 zonder verbreding en aanpassing snelheid

Persbericht Provincie Utrecht – 10 januari 2019

Voor een toekomstbestendige provinciale weg N201 tussen Amstelhoek en Vreeland is geen ingrijpende verbreding en geen aanpassing van de huidige maximumsnelheid van 80 km per uur nodig. Die keuze leggen Gedeputeerde Staten (GS) aan Provinciale Staten voor. Om de doorstroming en de bereikbaarheid te verbeteren en de leefbaarheid te handhaven of zelfs te verbeteren willen GS die voorkeursvariant nader uitwerken en gericht knelpunten gaan aanpakken.

Gedeputeerde Staten komen tot deze keuze na vier denkrichtingen te hebben onderzocht om deze druk bereden provinciale weg toekomstbestendig te maken. De provincie wil dit voorstel het komende jaar uitwerken, in samenspraak met belanghebbenden en omwonenden. Dan worden ook de knelpunten verder uitgewerkt die worden aangepakt. In elk geval wordt de S-bocht bij Mijdrecht (Hofland) uit de weg gehaald. Ook wordt de aansluiting van de N201 met de A2 verbeterd.

Gedeputeerde Dennis Straat: “We hebben, na een intensief en zorgvuldig proces, duidelijkheid over de toekomst van deze belangrijke weg. Een toekomst waarin het verkeer beter doorstroomt, zonder dat de leefbaarheid in de kernen eromheen achteruit gaat, zonder het landschap en de prachtige natuur aan te tasten. We gaan nu het voorstel uitwerken en zo snel mogelijk knelpunten aanpakken.”

Vier denkrichtingen

Het afgelopen half jaar zijn vier denkrichtingen onderzocht. Dat betrof combinaties met of zonder verbreding tot 2 x 2 rijstroken en wel of niet verhoging van de maximumsnelheid tot 100 km. Tot slot is ook een variant onderzocht waarbij de maximumsnelheid verlaagd werd tot 60 km per uur met een wegafsluiting bij het aquaduct Amstelhoek en een afsluiting tussen de N523 en Kortenhoef.

Voor elk van deze denkrichtingen is een kostenraming gemaakt. Per richting zijn de effecten op verkeer, geluid, luchtkwaliteit, natuur en landschappelijke inpassing gewogen. Geen van de varianten had alleen positieve effecten. Door gerichte maatregelen kunnen echter de beperkte negatieve aspecten van de voorkeursvariant (geen verbreding, geen aanpassing maximumsnelheid, aanpak knelpunten) positieve effecten worden. Dat is bij de andere drie varianten niet mogelijk.

Drukste weg

De provinciale weg N201 loopt door de provincies Noord-Holland en Utrecht. De hele weg is ruim 56 kilometer lang en loopt tussen Zandvoort en Hilversum. Het Utrechtse gedeelte van deze weg is 16,3 kilometer lang en loopt vanaf het aquaduct bij Amstelhoek tot net voorbij Vreeland. In Utrecht en in Noord-Holland behoort de N201 tot de drukst bereden provinciale wegen, onder andere omdat deze weg een verbinding vormt tussen de A4, Schiphol, A2 en A27.

Financiën

De realisering van de voorkeursvariant – dat is inclusief de aanpak van knelpunten zoals het verwijderen van de S-bocht bij Mijdrecht en verbetering van de aansluiting op de A2 – vergt een investering van 225 miljoen euro. Mét een bandbreedte van plus of min 50 procent. Die ruime bandbreedte voor minder- of meerwerk, onzekerheden of risico’s is nodig omdat we nog aan het begin van een complex project staan.

Daar kunnen nog opties voor aanvullende maatregelen bovenop komen, zoals vergroting van de mogelijkheden voor OV en fiets en extra acties voor lucht, geluid en natuur. In het geval dat gekozen zou worden om alle knelpunten aan te pakken en alle potentiële aanvullende maatregelen te nemen, dan kan de investering in de N201 tot maximaal 1,5 miljard euro oplopen. Dat is inclusief een onzekerheidsmarge van 75 procent. Die onzekerheidsmarge is zo ruim, omdat nog niet voor alle mogelijk op te lossen knelpunten en aanvullende maatregelen een ontwerp is gemaakt. Tussen die investering van 225 miljoen voor de voorkeursvariant en de maximale investering van 1,5 miljard wanneer alle aanvullende maatregelen genomen zouden worden en alle knelpunten aangepakt zouden worden (alle twee dus met onzekerheidsmarges) zitten een reeks variabelen met verschillende kostenramingen.

De Commissie Mobiliteit, Economie en Europa van de Staten bespreekt het voorstel op 28 januari 2019. Daarna behandelen Provinciale Staten het in hun vergadering van 18 februari 2019.

Voor persinformatie:
frank.kools@provincie-utrecht.nl, 06 – 50 00 35 62

Voor algemene vragen over de provincie Utrecht:
info@provincie-utrecht.nl, (030) 258 91 11

Bomenbeleidsplan (in Weesp): nomineer een boom

Een mooi regionaal voorbeeld van een manier om het belang van bomen in Vechtlandschap te benadrukken:

Bomenbeleid, nomineer een boom! De gemeente Weesp heeft een Bomenbeleidsplan, dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2018. Het Bomenbeleidsplan beschrijft de manier waarop de gemeente met de bomen in de openbare ruimte omgaat.
Nomineer een boom: In dit plan wordt onder meer vastgelegd hoe wordt omgegaan met ‘waardevolle bomen’. Elke boom in Weesp is belangrijk, maar een ‘waardevolle boom’ is beeldbepalend of van cultuurhistorische waarde voor gemeente Weesp
Als inwoner kunt u een eigen boom, of een gemeentelijke boom, nomineren als waardevolle boom voor de gemeente Weesp. Welke bomen zijn zo bijzonder van uiterlijk, zo uniek qua soort, zo speciaal vanwege hun geschiedenis of zo oud dat zij het waard zijn om extra beschermd te worden? Wij horen het graag van u! Hoe u een waardevolle boom kunt nomineren, leest u op de website www.weesp.nl/waardevollebomen Een waardevolle boom nomineren kan tot 23 januari 2019.
Meer informatie en inwonersavond Voor meer informatie over beleid en regelgeving voor waardevolle bomen, over wat de gemeente nu gaat doen bent u van harte welkom op onze informatieavond.
De informatieavond vindt plaats op dinsdag 15 januari om 19.30 uur in de kantine van het stadskantoor, Nieuwstraat 70a. U kunt zich voor deze avond aanmelden via info@weesp.nl
Heeft u nog vragen over bomen, anders dan de aanmelding van waardevolle bomen? Dan kunt u deze stellen via het algemene e-mailadres van de gemeente Weesp: info@weesp.nl
Een publieksversie van het bomenbeleidsplan vindt u op www.weesp.nl/bomenbeleid

Prijsvraag Icoon Oostelijke Vechtplassen – 8 nominaties

Maar liefst 8 nominaties voor HET ICOON!

Prijsuitreiking 29 juni 2018 16.30 uur Prijsvraag Icoon Oostelijke Vechtplassen

Eilanden, torens, spellen, integrale ontwerpen, moderne gebouwen en natuurgerichte ontwerpen, de jury van Prijsvraag Icoon Oostelijke Vechtplassen had een uitdagende en zware taak. De opdracht van het Bestuur Icoon Oostelijke Vechtplassen aan de jury was het vinden van een iconisch beeld tussen alle inzendingen met daarbij eventuele verwijzingen naar de vormgeving van het gebied van de Loosdrechtse Plassen en de Wijde Blijk. Oftewel een Eifeltoren voor de plassen die in verbinding staat met het gebied. De jury is er in geslaagd unaniem haar keuzen te maken!

In de eerste categorie (professionals) zijn de volgende inzendingen genomineerd:

  • De Legakkertoren van Team Legakkertoren

De Legakkertoren is een verticaal gezette legakker. De toren wordt volledig in het landschap opgenomen door het gebruik van materialen uit het gebied, zoals levend riet en turf. En vertelt het verhaal van de natuur en cultuurhistorie van de plassen.

  • Verborgen Iconen van Atelier to the Bone & Ateliereen Architecten

Verborgen Iconen is een coördinaten spel waarbij het gehele gebied wordt betrokken. Alle vormen van de losse elementen die in het gebied worden geplaatst komen samen in een interessante toren op het eiland Markus Pos.

  • Waterboulevard van Teun Schuwer Landschapsarchitectuur

De Waterboulevard is een integraal ontwerp waar veel tezamen komt zoals diverse botanische elementen en de watertuin. Met als unieke ervaring de mogelijkheid om over de Loosdrechtse Plassen heen te kunnen lopen.

In deze categorie wordt naast de prijswinnaar ook een Eervolle vermelding uitgereikt. Deze inzending valt niet onder de nominaties.

In categorie twee (bewoners en gebruikers) heeft de jury twee inzendingen genomineerd:

  • De Gouden Greep van Patricia Scherpel & Arthur Kortenoever

De Gouden Greep is een eiland vlak voor de Porseleinhaven dat niet alleen toegankelijk is per boot, maar ook via een steiger. Een eiland waar kan worden gezwommen, gegeten, gedronken maar ook kan worden genoten van muziek en theater in het ondergrondse amfibietheater.

  • De Vogeltuinen van Sylvia Schelling & Suzan Aardewijn

De vogeltuinen is een ontwerp waar natuurontwikkeling, cultuurhistorie en recreatie samenkomen. Met de komst van de Vogeltuinen worden de legakkers voor het publiek toegankelijk vanaf het land en vanaf het water.

Categorie drie betrof drie inzendingen. Deze zijn alle drie genomineerd:

  • Eiland van Ole Scherpel
  • Hotel van Runa Reuderink van basisschool De Catamaran
  • Huis van Alysha Maart van basisschool De Catamaran

 

De prijzen worden op vrijdag 29 juni om 16.30 uur bekend gemaakt en uitgereikt door Cees Loggen (gedeputeerde van de Provincie Noord-Holland) bij de KWVL, Koninklijke Watersport Vereeniging Loosdrecht, Oud-Loosdrechtsedijk 151-153 te Loosdrecht. Ook het juryrapport is dan beschikbaar. Wilt u hierbij aanwezig zijn? Meldt u dan aan via info@icoonoostelijkevechtplassen.nl

De Prijsvraag Icoon Oostelijke Vechtplassen, Vrijetijdslandschap van de Loosdrechtse Plassen is een project van het Gebiedsakkoord en Uitvoeringsprogramma Oostelijke Vechtpassen.

Het doel van dit programma is om de natuur, recreatie, waterkwaliteit en het ondernemerschap in het gebied te versterken. Een winnend ontwerp zal zo mogelijk bijdragen aan de doelen van het uitvoeringsprogramma.

Het belang van waterplanten in de schoongemaakte Vecht

In het Ballastgat, deel van de Vecht nabij Weesp, Nederhorst en Nigtevecht, zijn kooien geplaatst om de plantengroei te stimuleren na het grote sanering van de Vechtbodem in de afgelopen jaren.

Bart Specken, ecoloog bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, duwt behendig een onderwatercameraatje op een selfiestok in het donkere water van het Ballastgat, een voormalige afvalstortput aan de Vecht. “Hier groeit van alles’’, had hij draaiend aan het roer van een waterschapsbootje beloofd.

En ja hoor, voor het oog van de camera: een wuivend groen tapijt van smalle waterpest. Op de achtergrond zwemmen wat jonge blankvoorntjes. En, heel bijzonder, in een flits scheert de camera langs het groot nimfkruid, een zeldzame waterplant die voor het eerst in de Vecht wordt gezien.

Van dit soort onderwater-beelden wordt Specken erg blij. Ze vormen het bewijs dat het de goede kant opgaat met de oude Vecht. Als er planten groeien, is er leven voor libellelarven, waterkevers, kikkervisjes, slakken en salamanders.

Dat is weleens anders geweest. Juist hier in het Ballastgat, een afgegraven deel van de Aetsveldsepolder bij Nigtevecht, waar het waterschapsbootje vandaag dobbert. De rotzooi, waaronder chemisch afval, die jarenlang is gestort in de diepe, voormalige zandwinningsput voor de aanleg van snelweg A2, ligt er nog steeds. De put was zo diep dat leeghalen geen optie was bij een grootscheepse sanering van de vervuilde Vecht. Er is een dikke laag afdekzand op het slib gelegd. Zo is de troep min of meer geïsoleerd. Met periodieke metingen wordt gecontroleerd of de afdeklaag dicht blijft. Bij de oevers van de voormalige stortput is de opgebrachte zandlaag wat dikker, om ondiepten te maken – zodat zonlicht de nieuwe zandbodem kan bereiken. Dat is gunstig voor plantengroei. En het lukte: er zit weer leven in het Ballastgat.

Kooien
In dit voor scheepvaart afgesloten binnenmeertje is ook een bijzonder experiment gaande om waterplanten terug te krijgen in de Vecht. In het water vlakbij de rietkraag staan kooien, 700 vierkante meter in totaal. Het is de trots van ecoloog Bart Specken. Twee jaar geleden zijn die kooien geplaatst op de nieuwe zandbodem van het Ballastgat. Ze zijn rondom dichtgemaakt met fijnmazig gaas.

Het is een uniek project om waterplanten een kans te geven tot wasdom te komen. Jonge waterplanten zijn delicatessen voor sommige watervogels. Specken bedacht een plan om waterplanten een betere kans te geven tot ontwikkeling te komen. Vandaar die kooien. In de afgeschermde constructie kunnen waterplanten groeien. Voor zover bekend is het systeem nooit eerder in Nederlandse wateren toegepast. Met de kooiconstructie werd voorkomen dat jonge scheutjes voortijdig werden weggeknabbeld door waterdieren.

Het blijkt te werken. Specken: “Voor het echte herstel van de Vecht zijn waterplanten noodzakelijk. Ze zorgen voor voeding, schuilplaatsen en voor zuurstof in het water. De oevers van de Vecht zijn vaak prachtig met al dat riet en andere planten, maar veel belangrijker is het onderwaterleven. Waterplanten hebben een gezonde bodem en helder water nodig. Als er weer planten groeien, weet je dat de kwaliteit goed is. We zien dat in de kooien, maar ook ernaast, veel groeit. Binnenkort halen we ze weg en moeten de planten zich op eigen kracht vermeerderen. We hopen dat de zaadjes zich via het water over een veel groter gebied verspreiden. Dan wordt dit een soort kraamkamer voor de Vecht.’’

Grof hoornblad
Specken kijkt reikhalzend uit naar het moment dat er weer volop grof hoornblad, tenger fonteinkruid en aarvederkruid in de Vecht groeit. Zijn kooienproject werd in 2004 op kleinere schaal getest en toen al bleek dat het systeem werkte. “Je moet je afvragen of je de natuur op deze manier mag helpen. Zijn we niet aan het tuinieren in plaats van beheren? Maar aan de andere kant, de mens beperkt de natuur ook door bijvoorbeeld de steile oevers die we hebben gemaakt langs grote delen van de Vecht. Daar kan maar weinig groeien. Dan mag je elders de natuur soms ook wel een klein beetje helpen.’’

De bodem van de Vecht zelf is na de sanering van de rivier vrij ingrijpend aangetast. Oude zaadbanken zijn toen ook weggebaggerd. “Zeker sinds de jaren negentig is er in de Vecht nog nauwelijks plantengroei geweest. Dan wordt het moeilijk voor een rivier om op eigen kracht weer plantengroei te ontwikkelen. Vandaar dat we wat helpen.’’

Er zijn plannen om ook stroomopwaarts, in de buurt van Maarssen, kooien te plaatsen om het bodemleven te stimuleren. Daar ligt ook een voormalige onderwater-stortplaats: Het Slijk. Ook hier is leeghalen van de afvalput geen optie. Bij Het Slijk is wel een drempel neergelegd om te voorkomen dat vervuiling in de Vecht stroomt. En ook hier zijn plannen om met een zandlaag de oude vuilstort af te dekken en te isoleren.

Een open riool van 42 km lang

Pieter Kruiswijk, bestuurder van het waterschap AGV: De Vecht, 42 kilometer lang, is decennia gebruikt als een riool: tal van bedrijven, ook chemische, loosden rechtstreeks op de rivier. Woonboten en veel huizen langs de Vecht lieten rioolwater ongezuiverd weglopen. Verouderde rioolwaterinstallaties loosden hun nog vuile water in de Vecht. Vissers vingen brasems met gezwellen. Bij muggenlarven uit het slib van de Vecht werden genetische afwijkingen geconstateerd. De rivier, waarvan de oorsprong dateert uit 600 voor Christus, was in de jaren tachtig zo dood als een pier.

In de jaren negentig werd besloten tot een omvangrijk restauratieplan. De Vecht viel toen nog onder Rijkswaterstaat. In 1996 zou het beheer van de rivier overgaan naar het waterschap, dat later Amstel, Gooi en Vecht ging heten. Voorwaarde voor overname was dat de Vecht eerst grondig zou worden gesaneerd, vertelt Pieter Kruiswijk, veehouder in Loenersloot, en bestuurder van het waterschap.

“Wij hebben als waterschap onze nek uitgestoken. We hebben uitvoerig onderzoek gedaan naar wat er moest gebeuren om de Vecht weer gezond te krijgen. We hadden drie pijlers: de oevers moesten worden aangepakt, we hebben twaalf kilometer natuurvriendelijke oevers aangelegd. Ook moest de waterkwaliteit omhoog en de bodem moest worden gesaneerd. Met dat plan zijn we naar het Rijk gestapt. Ons gedetailleerde plan gaf de doorslag om geld beschikbaar te stellen. Alle doelen zijn zo goed als gehaald en daar zijn we ontzettend trots op. We krijgen weer een gezonde Vecht.’’

Er is 2,4 miljoen kubieke meter ernstig vervuild slib van de bodem van de Vecht geschraapt. Het meeste daarvan is gestort in IJsseloog, een 45 meter diep slibdepot dat is aangelegd in het Ketelmeer bij Kampen. Dit kunstmatige eiland met een diameter van een kilometer is omringd door een dijk van tien meter hoog. Het verontreinigde slib kan niet in contact komen met het oppervlaktewater.

De sanering, waarbij ook enkele zijriviertjes van de Vecht zijn meegenomen, kostte 82 miljoen euro. Er zijn nog wel wat knelpunten, zoals de lozing van de rioolwaterzuivering van de stad Utrecht. Die zorgt nog steeds voor vervuiling. In 2019 moet een nieuwe installatie dat probleem oplossen. Ook de uitspoeling van meststoffen uit landbouwpercelen naar het polderwater dat door gemalen in de Vecht wordt gepompt, zorgt nog voor belasting van het water.

Bron: Trouw

en http://www.groenehartmedia.info/vecht-leeft-weer/?utm_medium=email&utm_campaign=De+Groene+Flits+560%2C+11+september+2017&utm_source=Groene+Hart+Media&utm_term=Groene+Hart+Media

Oostelijke Vechtplassen een ‘vrijetijdslandschap’?

Noord-Holland wil investeren in de Oostelijke Vechtplassen

De provincie Noord-Holland investeert 11,9 miljoen euro in de Oostelijke Vechtplassen. Dit geld is onder meer bestemd voor het baggeren van de Loosdrechtse Plassen

De Oostelijke Vechtplassen kampen al jaren met een aantal hardnekkige problemen: slechte waterkwaliteit, een groot baggerprobleem in de Loosdrechtse Plassen, en afnemend animo voor de watersportsector en horeca.

De betrokken partijen hebben nu in een gebiedsakkoord afspraken gemaakt over een forse kwaliteitsimpuls in het gebied, voor natuur en landschap, recreatie en toerisme en de leefomgeving.

De Oostelijke Vechtplassen worden gezien een ‘vrijetijdslandschap’: een aantrekkelijk en toegankelijk groen gebied waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Een gebied waar recreatie en natuur goed samengaan en elkaar versterken.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland willen de komende jaren 11,9 miljoen euro opnemen voor de volgende onderdelen uit het gebiedsakkoord: het baggeren van de Loosdrechtse plassen (in combinatie met het herstel van legakkers en de aanleg van natuureilanden); het verbeteren van de waterkwaliteit; het versterken van de recreatie (onder meer voor de aanleg van nieuwe recreatieve routes en voor de inzet van een ’gebiedsloods’). De provinciale bijdrage – opgenomen in de Kaderbrief 2018 van Gedeputeerde Staten – komt beschikbaar zodra het gebiedsakkoord is ondertekend en de cofinanciering van de andere partijen is geregeld.

Bron: Gooi- en Eemlander & Provincie Noord-Holland

Herstel legakkers Loosdrechtse Plassen in volle gang

 

Herstel legakkers in volle gang

Opgebaggerd slib gebruiken om afgebrokkelde oevers en legakkers te herstellen. In de Loosdrechtse Plassen is gestart met dit bijzondere experiment.

Onder invloed van wind en golven zijn in de afgelopen honderd jaar grote delen van de oevers en legakkers (smalle stroken grond die vroeger werden gebruikt om veen op te drogen) in de plassen verdwenen. Bij de Muyeveldse Wetering zijn nog veel restanten van legakkers zichtbaar. Op deze plek is in maart een wilgenraster geplaatst en is gestart met het experiment. Het raster is inmiddels  gevuld met veenslib dat op andere plekken in de Loosdrechtse Plassen omhoog is gehaald. Daarna is riet ingeplant. Eenmaal volgroeid ontstaat er een sterke, natuurlijke oeverbescherming. Het verwijderen van bagger uit de Loosdrechtse Plassen zorgt voor een betere bevaarbaarheid en maakt het water helderder. Een eerste stap om de baggerproblematiek in deze regio op te lossen is hiermee gezet. Op de nieuwe legakkers ontstaan broedplaatsen voor vogels; een win-winsituatie.

Eerste Plas

De bagger is vooral opgehaald uit de Eerste Plas, langs de Veendijk, daar zijn de problemen het grootst.

Muyeveldse Wetering

De ontstane legakker bij de Muyeveldse Wetering, dichtbij de doorvaart naar de Mijndense Sluis, is nog erg slap en moet in de komende maanden inklinken. In die tijd is het erg gevaarlijk om de akker te betreden. Ook wordt de akker afgezet met drijfbalken zodat schepen er niet kunnen aanleggen.

dinsdag 23 mei 2017

Proefproject Legakkerherstel in de Loosdrechtse plassen

Aan de noord- en westzijde van de Loosdrechtse plassen is al vele jaren sprake van te veel veenslib. Het slib zorgt voor hinder voor de recreatievaart en de aanwonenden. Opwervelend slib zorgt ook voor waterkwaliteits- en doorzichtproblemen. De legakkers in het Loosdrechts plassengebied zijn van grote cultuurhistorische waarde. Helaas hebben vele legakkers een slechte of geen oeverbescherming. Hierdoor vindt voortdurende afkalving van de legakkers plaats door wind en golfslag. Door deze ontwikkelingen neemt de belevingswaarde en de aantrekkelijkheid van het gebied af voor recreanten en omwonenden. Het waardevolle cultuurlandschap dreigt verloren te gaan.
Nu zetten 6 overheids- en 2 private partijen gezamenlijk een eerste stap om de problematiek in de Loosdrechtse plassen op te lossen door middel van een proefproject.

Alle informatie over het proefproject is te vinden op de website www.recreatiemiddennederland.nl

Bomen langs de Vecht

Bij verschillende dijkverbeteringsprojecten langs de Vecht die nu gepland of uitgevoerd worden, spelen de bomen langs de dijken een belangrijke rol. Bij voorbeeld langs de westelijke oever tussen Weesp, Nigtevecht en Vreeland. Vooral dank zij de werkgroep Werk aan de Vecht onder bevlogen aanvoering van Adriaan van Doorn zijn er met Waternet afspraken gemaakt over behoud, herplant en onderhoud van de voor de Vechtoevers zo karakteristieke bomen langs de dijken rond Nigtevecht: er zullen bij de dijkverbetering noodzakelijkerwijs bomen moeten worden gekapt. Bomen die volgens de keur niet op de dijk kunnen blijven staan, maar die geen gevaar opleveren voor de dijk (omwaaigevaar) kunnen behouden blijven, indien adequaat onderhoud ervan is gegarandeerd. Ook is herplant op meerdere plekken voorzien. Afspraken daartoe worden door Waternet met de eigenaren gemaakt. De eigenaren kunnen aangeven dat het onderhoud door een knotgroep moet worden uitgevoerd. Waternet stelt daartoe een apart convenant op met de knotgroep ‘Werk aan de Vecht’. Besloten is om deze bestaande knotgroep in te schakelen voor het noodzakelijke knotten van bomen, indien de boomeigenaren hebben aangegeven dat niet in eigen beheer te willen doen. Er zal dus niet per dijktracé worden gewerkt met ad hoe knotgroepen. Bij het knotten zullen, voor zover nodig, lokale vrijwilligers worden ingeschakeld. Voor de (Lage) Klompweg en de Vreelandseweg is een lijst opgesteld van mensen die bereid zijn om bij het knotten behulpzaam te zijn. Deze lijst kan nog worden aangevuld. Mail naar: knotgroep.weesp.nigtevecht@gmail.com