<- Previous   First   Next ->

Beplanting


Een grote kwaliteit van de Vecht is gelegen in de beplanting van wegen, van oevers en van tuinen; het is een wezenlijk ingrediënt van de identiteit van de Vecht. Beplanting is tevens één van de sleutels voor de verdere ontwikkeling van de Vecht. Maar die sleutel is alleen goed te hanteren als de verschillende types beplanting begrepen worden. Want de Vecht toont een bijzondere typologie. Het gaat om spontaan versus bedoeld; publiek versus privaat en variatie versus eenheid; om gewoon versus bijzonder. Uniek aan de Vecht is de mengeling van bewust door particulieren, gericht op de esthetische kwaliteit geplante bomen en hagen versus de half-spontane, gewone beplanting. In het oog springend is de parkachtige beplanting bij buitenplaatsen: rode beuk, kastanje, linde, treurwilg of exoten als gingko en moerascypres.

Minder opvallend, maar wel bijzonder is de inplant aan de slootinsteek.

Ook bijzonder, maar soms zelfs in negatief opzicht, is de oeverbegroeiing. Na het opheffen van het jaagpad is de oever van de Vecht op sommige plaatsen geheel dichtgegroeid. Daar kan echter door ingrepen van de beheerders selectief worden gekapt en zo worden bijgedragen aan schilderachtige zichtlijnen.

84PAGE6.5_111102-72dpi20-00.jpg

in de traditie van de landgoedbeplanting is op Zwaanwyck recent een nieuwe rode beuk geplant

Bitterling Boom Slootinsteekbeplanting

20



<- Previous   First   Next ->