|
Aa |
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
[ uit: De Vechtstreek Donkersloot-de Vrij, M. ] |
||||||||||
|
De biografie van de Vecht begint met de A van Aa. In middeleeuws Nederlands was het heel gebruike- lijk om een riviertje met Aa aan te duiden. Muiden, daar waar de Vecht in de Zuiderzee stroomde, ontleent daaraan zijn naam: Amuthon, de oernaam van het dorp uit een oorkonde van het jaar 953, is ethymologisch als monding van de Aa te begrijpen. De biografie van de Vecht is eigenlijk treurig. Ontstaan als kleine veenstroom die de grote veengebieden tussen Heuvelrug en Holland ontwaterde, nam de Rijn later bezit van de Vecht. Deze verbinding werd in de vroege eeuwen getemd en door de binnenstad van Utrecht geleid. De Weerdsluis werd daarom beginpunt van de |
Vecht; vanaf daar heet het water zo. In plaats van voedselarm veenwater stroomde er dus nu voedselrijk Rijnwater door de rivier, aangevuld met heel wat vuil uit de stad Utrecht. Maar het betekende een bloeitijd voor de rivier als hoofd- vaarroute tussen Amsterdam en Keulen. De tocht over de Zuiderzee was wel verraderlijk en daarom werd al vroeg gezocht naar kortsluitingen, bijvoorbeeld met de Weesper- en Muidensche trekvaart. De ultieme kortsluiting was het Merwedekanaal en haar opvolger het Amsterdam-Rijnkanaal, nu 100 jaar terug gegraven. Die interventie degradeerde de Vecht tot een verlaten stroom. Ook de grote aantrekkingskracht op stadslieden, die er een schoon buitenhuis bouwden, was lang voorbij. En |
|||||||||
|
8 |
|
Angstel Water |
||||||||