Aandachtspunten collegevorming 2018 De Ronde Venen – Vechtplassencommissie

Bericht aan de Raad van de gemeente De Ronde Venen van de Vechtplassencommissie (VPC) 21-3-2018

De Ronde Venen kenmerkt zich als een door een grootstedelijke agglomeratie omgeven landelijke gemeente met veelal kleine woonkernen.
De VPC, die belangen van natuur, cultuurhistorie en landschap behartigt, wijst erop dat beleid op deze terreinen en die van ruimtelijke ordening in samenhang moeten worden ontwikkeld. In de komende collegeperiode staat de gemeente De Ronde Venen voor vier specifieke vraagstukken die het werkterrein van de VPC raken:

Nieuw bestemmingsplan Plassengebied

Bodemdaling

N201

Klimaat en energie

Bestemmingsplan Plassengebied. De herziening van het bestemmingsplan Plassengebied noopt tot heroverwegen van wat op de legakkers en de zandeilanden noodzakelijk en mogelijk is. Noodzakelijk om natuur- en cultuurhistorisch landschappelijke kwaliteiten te behouden en verbeteren. Alleen met bescheiden en kwalitatief passende bebouwing op de legakkers en exploitatie van de zandeilanden blijft Vinkeveen een aantrekkelijk woon- en recreatiedorp. De nabijheid van het Natura 2000-gebied Botshol en het ontwikkelen van het Natuurnetwerk Nederland maken zonering noodzakelijk. Verder is aandacht vereist voor het aanleggen van meer natuurvriendelijke oevers die de biodiversiteit en de veiligheid van watersporters vergroten.

Bodemdaling. Bodemdaling doet zich in het gebied van DRV voor. De gemeente zal zich actief bij onderzoekers moeten oriënteren op de technische mogelijkheden om bodemdaling te minimaliseren. Wij vinden het van belang dat de gemeente bepaalt waar deze technieken – met de nodige stimulerende maatregelen – met succes kunnen worden toegepast.

N201. De Provincie Utrecht onderzoekt de toekomst van de N201. Verbreding naar 4-baans zal een van de opties zijn. De weg passeert een aantal waardevolle en kwetsbare natuurzones: Marickenland, de Vinkeveense Plassen (en verder Loenersloot, Vreeland, de Loosdrechtse Plassen, het Wijde Blik, de Kortenhoefse Plassen en ’t Hol). Een eventuele verbreding heeft niet alleen effecten voor geluid, fijnstof en dergelijke, het verhakselt, al dan niet met geluidschermen, het landschap verder. Het is van belang deze waarden goed te beschermen en eerst de alternatieven te onderzoeken waarbij óók bekeken wordt in hoeverre deze zouden leiden tot nieuwe verkeersknelpunten. Als het niet anders kan moet de gemeente borgen dat er adequate compenserende maatregelen worden genomen.

Klimaat en energie. Er moet snel, in overleg met buurgemeenten, een visie op klimaatadaptatie worden ontwikkeld. Bij de inrichting van akkers met zonnepanelen moet de gemeente enkelvoudig landgebruik tegengaan.

Wij verzoeken u deze vier onderwerpen te betrekken bij de onderhandelingen over het nieuw te vormen college en collegeprogramma.

Aandachtspunten collegevorming 2018 Stichtse Vecht – Vechtplassencommissie

Bericht aan de Raad van de gemeente Stichtse Vecht van de Vechtplassencommissie (VPC) 21-3-2018

Stichtse Vecht neemt een bijzonder positie in door haar rijk cultuurbezit (in de ruimste zin van het woord). De VPC, die de belangen van natuur, cultuurhistorie en landschap behartigt, wijst erop dat cultuurbeleid, economisch- en sociaal beleid en beleid voor ruimtelijke ordening in samenhang moeten worden ontwikkeld.

In de komende collegeperiode staat de gemeente Stichtse Vecht voor vier specifieke vraagstukken die het werkterrein van de VPC raken:

Toeristisch-recreatieve druk

Klimaat en energie

N201

Expertise

Toeristisch-recreatieve druk. Deze druk zal zeker toenemen. De gemeente zet bewust in op kwaliteitstoerisme. De VPC ondersteunt dit, maar wijst op het belang van het vinden van een balans. De baten komen soms maar voor een klein deel terecht in de gemeente en worden niet gebruikt voor instandhouding van dat waar de toeristen voor komen: het erfgoed en het cultuurlandschap. De kosten voor deze instandhouding worden veelal gemaakt door particuliere eigenaren. De gemeente moet stimuleren dat toeristen en recreanten de gemeente bij voorkeur met de fiets of wandelend kunnen bezoeken (vanwege de inkomsten). Daarnaast kan de gemeente de inkomsten (bijv. toeristenbelasting) inzetten voor een tegemoetkoming in de door particulieren gemaakte instandhoudingskosten van het erfgoed en het cultuurlandschap.

Klimaat en energie. Er moet snel, in overleg met buurgemeenten, een visie op klimaatadaptatie worden ontwikkeld. Bij de inrichting van akkers met zonnepanelen moet de gemeente enkelvoudig landgebruik tegengaan.

N201. De Provincie Utrecht onderzoekt de toekomst van de N201. Verbreding naar 4-baans zal een van de opties zijn. De weg passeert een aantal waardevolle en kwetsbare natuurzones: de Vinkeveense Plassen, Loenersloot, Vreeland, de Loosdrechtse Plassen, het Wijde Blik, de Kortenhoefse Plassen en ‘t Hol. Een eventuele verbreding heeft niet alleen effecten voor geluid, fijnstof en dergelijke, het verhakselt, al dan niet met geluidschermen, het landschap verder. Het is van belang deze waarden goed te beschermen en eerst de alternatieven te onderzoeken en als het niet anders kan te borgen dat er adequate compenserende maatregelen worden genomen.

Expertise. Effectief beleid op de aandachtsterreinen natuur, cultuurhistorie en landschap vereist allereerst een duidelijke en samenhangende portefeuilleverdeling. Het vereist ook meer hierop gespecialiseerde ambtenaren (in overeenstemming met de status van Stichtse Vecht als grootste buitenplaatsengemeente en 10e monumentengemeente van het land).

Wij verzoeken u deze vier onderwerpen te betrekken bij de onderhandelingen over het nieuw te vormen college en collegeprogramma.

Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen

Opstelling Vechtplassencommissie jegens het op 6 december 2017 te ondertekenen Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma

Zie ook het verslag op Groene Hart-Media

Op de Vechtplassencommissievergadering van donderdag 2-11-2017 is bovengenoemd document gedegen besproken. De VPC ondertekent het GA met de aantekening dat we ons bij de uitvoering t.a.v. enkele ontwikkelingen kritisch zullen (blijven) opstellen.

De VPC hecht veel belang aan het “ontkokerd”, integraal werken aan kwaliteitsverbetering voor het gebied. Er liggen uiteenlopende opgaven voor water-, natuur- en landschappelijke kwaliteit en het verbeteren van de recreatie-economie. Het proces waarin het nu voorliggende Gebiedsakkoord tot stand is gekomen heeft de meerwaarde aangetoond van het gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor de gewenste verbeteringen. De VPC is enthousiast over o.a. de aanleg van 800 ha nieuwe natuur en van ecologische verbindingen en over het baggeren van de Loosdrechtse Plassen. De VPC is voorts erg benieuwd naar het effect van het instellen van gebiedsmakelaars ter ondersteuning van de recreatieondernemers.

De VPC zal zich evenwel kritisch (blijven) opstellen waar het gaat over bijv. een mogelijke recreatieve vaarverbinding Loosdrechtse Plassen – Hilversums Kanaal via de Wijde Blik, het bevaarbaar maken van de Karnemelksloot en de plannen t.a.v. Scheendijk. De VPC zal zich met alle middelen blijven inzetten voor het behoud van bepaalde natuur- en landschappelijke waarden en ook voor de wensen van de rust zoekende recreant. De VPC heeft het vertrouwen dat een permanente dialoog met de belanghebbenden en zorgvuldig onderzoek naar de gevolgen van deze plannen tot goede resultaten zullen leiden.


Eerdere berichtgeving:

Het Oostelijk Vechtplassengebied is een waardevol natuur- en recreatiegebied waar het fijn wandelen, fietsen en varen is en verdient zeker een Gebiedsakkoord. Maar er liggen ook opgaven voor het verbeteren van de waterkwaliteit, er is een baggerprobleem in de Loosdrechtse Plassen en de watersportsector en de horeca vragen om een vernieuwingsimpuls. Op initiatief van de Provincie Noord-Holland werken overheden, ondernemers, bewoners, deskundigen en belangenorganisaties aan oplossingen die recht doen aan de -soms strijdige- belangen. De stip op de horizon is een aantrekkelijk gebied voor (kleine) watersport, wandelen en fietsen en waar ook plaats is voor natuurverbindingen, moerassen en hun bewoners en gezonde agrarische gronden etc.

De inbreng van de Vechtplassencommissie (VPC) focust op de cultuurhistorische en de natuur- en landschapswaarden; we hebben veel lokale kennis en deskundigheid kunnen delen. De VPC vergeet daarbij de landschappelijke kwaliteiten met bijvoorbeeld de legakkers en de rietoevers niet. De inventarisatie van de natuurwaarden en van de opgaven om deze te behouden en te verbeteren is voltooid.

Aan de andere kant zijn ook de eerste wensen vanuit de recreatiesector, bijvoorbeeld in de vorm van extra recreatieve routes, in kaart gebracht. Dan komt het aan op wikken en wegen. Daarbij onderkennen we enerzijds het belang van strikte rust in bepaalde zones maar ook dat van de mens die van die natuur en het landschap moet kunnen genieten. Soms is het lastig om de belangen met elkaar te verenigen. Een voorbeeld is de wens om een vaarverbinding te maken tussen de Loosdrechtse Plassen en het Hilversums Kanaal, via de Wijde Blik, bijvoorbeeld met een afgescheiden kanaal in de Loenderveense Plas. Wij vrezen schade aan het oeverlandschap en de verwachte grotere recreatiedruk op het Wijde Blik. Een Milieueffectrapport zal de effecten voor economie, ecologie en leefomgeving voor de verschillende opties inzichtelijk maken. Wij schorten ons standpunt in deze nog even op.

Doel van het proces is een Gebiedsakkoord waarin de betrokken partijen zich verbinden tot het uitvoeren van plannen ter verbetering van de natuur- en recreatiekwaliteiten. Voor overheden betekent dat het faciliteren van vernieuwingsmaatregelen en het financieren van aanpassingen. Te denken valt aan het baggeren van de Loosdrechtse Plassen, het verbeteren van de waterkwaliteit, de aanleg van nieuwe recreatieve vaarroutes en het ondersteunen van de recreatieondernemers met een gebiedsloods. De ondertekening van het Gebiedsakkoord is voorzien voor december 2017.

Ton Stork Vechten voor de Vecht-penning 2017 uitgereikt aan Wim Weijs

Afgelopen zaterdag 2 september werd tijdens de Vrienden van de Vecht-dag, tevens de Jaarvergadering van de Vechtplassencommissie (VPC), de Ton Stork Vechten voor de Vecht-penning 2017 uitgereikt aan

Wim Weijs

 

Daarbij werd de volgende laudatio uitgesproken door de VPC-voorzitter Charlotte Smit:

De Vechtplassencommissie reikt eens in de twee jaar de Ton Stork Vechten voor de Vecht-penning uit aan iemand die zich bijzonder heeft ingezet voor de kwaliteit van de Vechtstreek. De Vechtstreek is van grote waarde en een beschermer ervan is een penning waard. Twintig jaar geleden heeft Elisabeth Varga voor de VPC een penning ontworpen in de vorm van een waterlelieblad met daarin de bekende tekst van één van de eersten die de waarde van de Vecht onder woorden bracht: Constantijn Huygens. Hij schreef vanuit Den Haag aan zijn Vechtvriend Johan Huydecoper, ‘Heer van Maarsseveen’:

Ick sit op Hofwijck, staegh aen Goudestein, en denk, en vliede van mijn’ Vliedt om voor uw’ Vecht te vechten

De eerste penning werd in 1999 uitgereikt aan Ton Stork, de scheidend voorzitter van de VPC. Vandaag mag ik de tiende penning uitreiken.

Vanaf 1936 bewaakt de Vechtplassencommissie de landschappelijke, natuurhistorische en cultuurhistorische waarden van de Vechtstreek. Dat doen we door te adviseren, voor te lichten en door de overheid kritisch te volgen. De VPC wist het al bij haar ontstaan: om een gedegen standpunt te kunnen innemen in bestuurlijke discussies en voor lezingen etc. moet je beschikken over de meest recente kennis van het ontstaan van het landschap in de Vechtstreek en de wisselwerking tussen de handelende mens enerzijds en de natuur en het landschap anderzijds. Al vroeg in haar bestaan stelde de VPC een commissie in voor het inventariseren van de biologische waarden. Met universiteiten en wetenschappelijke instituten werd in de vorige eeuw veel waardevolle kennis opgebouwd en gebundeld. De VPC heeft diverse boeken en nota’s uitgegeven, soms van meer dan regionale waarde en te beschouwen als wetenschappelijke naslagwerken. Denk bijv. aan het werk van Westhoff over de plantengemeenschappen van de Botshol, het theekoepelboek van Bart van de Berg en het boek over de stinzenflora van Piet Bakker. Bij deze laatste twee was Evert Boeve de ongeëvenaarde fotograaf. In de laatste jaren legden wij het accent op lezingen, excursies en kenniswandelingen. In het kader van de leergang Vechtologie behandelden zo’n 24 gerenommeerde sprekers de thema’s landschap, natuur, water, cultuurhistorie en kunst in Vechtstreek. De vraag naar kennis is blijvend. Processen als eutrofiëring, inklink en de veranderende agrarische bedrijfsvoering hebben grote invloed op de biologische waarden. Nieuwe kennis hiervan is nodig om richting te kunnen geven aan de natuurontwikkeling in de Vechtstreek. In 2009 vernamen we dat iemand werkte aan een door de KNNV uit te geven standaardwerk over natuur en landschap van de Vechtstreek. Het zou mooi zijn als dit boek in het kader van het lustrum in 2011 kon worden uitgebracht. Dat was ambitieus maar met enorme inzet van de auteur lukte het toch. In de schitterende uitgave behandelt de auteur de vele inventarisaties die in opdracht van Natuurmonumenten waren uitgevoerd maar ook uiterst nauwkeurig het ontstaan van het landschap van de Vechtstreek. Met het boek Natuur en Landschap van de Vechtstreek werd de lijst van hoogwaardige uitgaven over de Vechtstreek weer uitgebreid. De samenwerking tussen de auteur en de VPC smaakte naar meer. De auteur werd een vaste spreker in het kader van de leergang Vechtologie, en werd een zeer gewaardeerde adviseur van de VPC. Met zijn diepgaande kennis van de natuurwaarden van het gebied heeft hij namens de VPC grote invloed gehad bij de ontwikkeling van het aanstaande Gebiedsakkoord voor de Oostelijke Vechtplassen. Daarin worden afspraken vastgelegd voor het realiseren van natuurdoelen en recreatiewensen. Zo’n deskundige en kritische kracht hadden we nodig in het veld van belanghebbenden met uiteenlopende en soms tegenstrijdige wensen zoals die van watersport, horeca, wonen. Ook de initiator van dit gebiedsakkoord, de Provincie Noord-Holland, uitte veel waardering voor de kennis en inbreng van de toekomstige penninghouder, en nu zal ik de naam onthullen: Wim Weijs.

Dames en heren, uit het voorgaande zal u duidelijk geworden zijn dat de VPC weinig moeite had met het vinden van een kandidaat voor de penning 2017. Wim Weijs heeft een enorme hoeveelheid kennis toegevoegd aan wat al bekend was over de biologie van de Vechtstreek. Kennis die up-to-date is en die nu en in de komende jaren van groot belang is voor het ontwikkelen van het beleid op het gebied van de natuurbescherming van de Vechtstreek.


Natuur & landschap van de Vechtstreek – geschiedenis van het Utrechtse Vecht gebied

Gebiedsakkoord voor de Oostelijke Vechtplassen

Ton Stork Vechten voor de Vecht-penning

Nieuwe boeken over de Vechtstreek

Recent verschenen er twee nieuwe boeken over de Vechtstreek, allebei over prominente buitenplaatsen.

 

Een boek betrof de verdwenen buitenplaats Petersburg in Nederhorst den Berg, tegenover Nigtevecht:

Petersburg, roem der hoven – de verdwenen lusthof van Peter de Grotes agent Christoffel Brants – 9789074205078

 

 

 

 

Het andere boek is geschreven door de bewoner van de buitenplaats Vreedenhoff, Anthony Lisman, en de prachtige interieurfoto’s zijn van Jeroen van de Water:

Vreedenhoff, een buitenplaats in detail – 9789079156375

Vechtologie op maat

De voor de eerste keer door de VPC georganiseerde reeks van lezingen en excursies in het kader van Vechtologie, begonnen in 2013, is in 2016 afgesloten met een serie wandelingen in de Vechtstreek. We kijken met plezier terug op de bijeenkomsten over de thema’s landschap, water, natuur, cultuurhistorie en kunst en bedrijvigheid in de Vechtstreek. De reacties van de deelnemers sterken ons in de idee dat de sprekers hun kennis en wetenswaardigheden over de ontstaansgeschiedenis, de natuur en het leven en werken in de Vechtstreek met enthousiasme hebben overgedragen.

Hoe nu verder, dat werd ons recent door een van de deelnemers gevraagd. We benaderen momenteel andere circuits met het aanbod van Vechtologie-lezingen en -excursies. Zo zijn er enkele cursusprojecten in de streek die in hun cursusaanbod een “mini-Vechtologie” met ca 4 of 5 lezingen hebben opgenomen. Daarnaast zijn we in gesprek met geïnteresseerde gemeenten voor wie we een of meer educatieve bijeenkomsten kunnen organiseren. Maatwerk-Vechtologie dus. Met het opstellen van papers over de lezingen is, zoals de deelnemers weten, een begin gemaakt. Het is echter een hele klus om dat voor alle thema’s voor elkaar te krijgen. We informeren u als het zo ver is dat we de hele cyclus op papier hebben (voor zover sprekers ons dat toestaan).

Ambitienota Cultuur Stichtse Vecht

Op 9 mei 2017 is de Ambitienota Cultuur gepresenteerd aan de gemeenteraad van Stichtse Vecht. In de nota, die een initiatief was van de gemeente, de Stichting Het Vechtsnoer en het Cultuurplatform Vechtstreek, wordt de stand van zaken rond Cultuur in de gemeente in kaart gebracht. Het hele spectrum, van de levende kunsten tot en met erfgoed.

Erfgoed, in de betekenis van monumenten en het cultuurlandschap, zo concludeert het rapport, vormt feitelijk het DNA van de gemeente en verdient het dan ook om als drager te fungeren voor toekomstige economische, ruimtelijke en toeristische ontwikkelingen.

De nota is lovend over de kracht en betrokkenheid van het culturele veld en over hoe krachtig cultuur in de kernen is verankerd. Maar zij is kritisch over de mate waarin door de gemeente vorm en inhoud wordt gegeven aan het thema cultuur en schetst een zorgelijk perspectief door gebrek aan financiële continuïteit en passende huisvesting. Het is schrijnend dat een gemeente die pronkt met haar buitenplaatsen en cultuurlandschap, slechts beschikt over gebrekkige ambtelijke ondersteuning in verhouding tot de landelijke norm.

De ambitienota cultuur schetst een reeks van perspectieven die niet alleen het belang van cultuur als waardebepalende, bindende en ontwikkelende factor naar voren brengen, maar die ook zichtbaar maken hoe het beter kan.

De Vechtplassencommissie en het Vechtsnoer, die al eerder ernstig bezorgd waren over de beperkte gemeentelijke inspanningen op het gebied van erfgoed, hebben de leden van de gemeenteraad in een gezamenlijke brief van 29 juni jl. opgeroepen de conclusies van de ambitienota in hun verkiezingsprogramma’s te verwerken.

Een vierbaans N201 door het midden van de Vechtstreek?

Naar aanleiding van ‘wikken & wegen-sessies’ over de toekomst van de N201, heeft de Vechtplassencommissie (VPC) haar zorgen geuit over de mogelijkheid dat de N201 zal worden opgewaardeerd tot een vierbaansweg. Zo’n ingreep past naar de mening van de VPC niet in het Groene Hart en kan worden beschouwd als een achterhaalde aanpak van de verkeersproblemen, gelet op o.a. de ontwikkelingen op het gebied van werken en mobiliteit.

De VPC: opwaardering tot een vierbaansweg is een ingrijpende maatregel die grote impact zal hebben op het Groene Hart. Daarbij zijn veel cultuurhistorische, landschappelijke en natuurbelangen in het geding. Die van:

• het in ontwikkeling zijnde natuurgebied Marickenland nabij Mijdrecht • de dorpskern van Vinkeveen • de Vinkeveense Plassen, van betekenis als onderdeel van het nationaal natuurnetwerk, landschappelijk en recreatief • Loenersloot • Vreeland • de Vecht • de Oostelijke Vechtplassen, van betekenis als onderdeel van het nationaal natuurnetwerk, grenzend aan Natura 2000-gebieden en landschappelijk en recreatief. Voor dit gebied is een Gebiedsakkoord in voorbereiding om de recreatie en natuurkwaliteiten op te waarderen.

Naast de schade aan cultuurhistorie, landschap en natuur betekent een vierbaansweg een (verdere) verslechtering van de leefomgeving en van het milieu. De geluidsbelasting zal aanzienlijk toenemen, allereerst door de aanzuigende werking van verkeer maar ook doordat het zeer waarschijnlijk is dat de rijsnelheid omhoog zal gaan. Bedenk daarbij ook dat een onverhoopte opwaardering met name wordt ingegeven door behoefte aan capaciteit voor vrachtverkeer dat éxtra geluidsoverlast met zich brengt. Bewoners in delen van het gebied ervaren de geluidsbelasting van de huidige N201 nu reeds als bijzonder hinderlijk. Daarbij is ook nog eens sprake van stapeling met geluidsoverlast van de luchthaven Schiphol. Toename van verkeer zal ook leiden tot meer uitstoot van schadelijke stoffen (fijnstof!) in het gebied.

De huidige N201 is een drukke weg, maar ook een parel in de hectische omgeving die goed past in het kleinschalige landschap van het gebied. Hij is open en in ons gebied zonder geluidsschermen waardoor het landschap te lezen blijft. Verbreding zou een onomkeerbare verhakseling van het gebied opleveren. De verbindingen van het gebied ten noorden en ten zuiden worden lastiger, gevaarlijker en scheppen een psychologische barriere.

Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat het hierbij zou blijven. Bij de A2 hebben we kunnen zien dat afspraken van het Rijk met gemeenten over maximumsnelheid al na enkele jaren boterzacht blijken. En de stap van vier naar zes rijstroken is makkelijker gemaakt dan de nu voorliggende van twee naar vier. Geluidsoverlast zal de vraag naar geluidsschermen ontlokken en voor je het weet spreken we over de A201. We hebben gezien hoe dat is gegaan met de Gaasperdammerweg, nu A9.

Achterhaalde aanpak Het scenario van opschalen naar een vierbaansweg beschouwen we als een achterhaalde methode om met mobilteit om te gaan. Wij verwachten dat in het kader van het onderzoek naar de toekomst van de N201 de ontwikkelingen rond samenleving en economie nadrukkelijk zullen worden meegewogen. Wij noemen er een paar:

• Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt het mobiliteitsvraagstuk voornamelijk aangepakt met meer asfalt. Het lijkt erop alsof niet wordt ingezien dat niet alleen meer auto’s vragen om meer wegcapaciteit, maar dat dat leidt tot steeds meer auto’s. Je hoeft geen verkeerskunde te hebben gestudeerd om te zien dat de rigoureuze uitbreiding van de A2 heeft geleid tot een enorme toevloed van auto’s en een even groot aantal files als vóór de verbreding. Het is niet alleen zo dat de auto de voorkeur krijgt boven het OV, maar het wegenaanbod leidt er ook toe dat mensen verder weg van hun werk gaan wonen. De infrastructuur schept de vraag. Het patroon van verder asfalteren en toenemend autogebruik dient te worden doorbroken.

• Het is daarom geboden het mobiliteitsvraagstuk met een andere bril te beschouwen. Met een bril die zich realiseert dat de Randstad steeds meer de kenmerken vertoont van een groot stedelijk gebied. Een gebied dat –net als andere grote steden- vraagt om minder particuliere auto’s en meer snelle OV-verbindingen.

• Een bril die rekening houdt met het akkoord van Parijs en de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen in hoog tempo af te bouwen.

• Een bril die rekening houdt met razendsnelle technologische verbindingen. Wat betekent de geautomatiseerd bestuurde auto voor de wegcapaciteit? Een gelijkmatiger rijpatroon, een daardoor veel geringer energieverbruik, geringere onderlinge afstanden en minder ongevallen kunnen de capaciteit zeer vergroten, zeker ook voor het vrachtverkeer.

• Een bril die ziet hoe onze verhoudingen tot arbeid veranderen naar een diensten- en ideeëneconomie waarin wonen en werken steeds meer geïntegreerd raken. Waarin technologische mogelijkheden in communicatie de behoefte aan fysiek bijeen zijn doen afnemen. Hoeveel organisaties in deze regio hebben inmiddels vaste werkplekken verlaten en gekozen voor allerlei vloeibare constructies voor onderling ontmoeten werken waar je bent?

• Welke impulsen zijn er mogelijk in de richting van efficiënter vrachtvervoer, mede rekening houdend met de relatief geringe financiële bijdrage van het vrachtverkeer aan de algemene middelen?

Ons inziens is schade aan de genoemde kwaliteiten in het gebied slechts te voorkomen met een onwaarschijnlijk aantal infrastructurele kunstwerken. Is de toegenomen en nog toe te nemen verkeersdruk zo’n investering waard? Wij denken van niet.

Kortom: de Vechtplassencommissie is voorstander van het handhaven van de lokale en hooguit regionale status van de N201 en bepleit om dit als uitgangspunt te hanteren bij het onderzoek naar de toekomst van de weg.

Een eventuele omlegging van de N201 ten zuiden/zuid oosten van Hilversum heeft ook grote impact op landschappelijke en natuurwaarden. Onze zorgen daarover zullen wij bij de provincie Noord-Holland deponeren.

Bestemmingsplan voor de Vecht in Stichtse Vecht

 

De gemeente Stichtse Vecht heeft het voornemen om speciaal voor de gehele rivier de Vecht een ‘eigen’ bestemmingsplan te maken. Dat betekent dat het onderwerp ‘Vecht’ uit een aantal andere bestemmingsplannen zal worden gehaald (bij voorbeeld het bestemmingsplan Rondom de Vecht). Het nieuwe voor de gehele Vecht geldende bestemmingsplan zal een aantal bouwstenen hebben zoals:

de nota vaarbeleid, het beleidsplan woonschepen, en het (oude) Restauratieplan voor de Vecht.

De Vechtplassencommissie zal dit proces zo goed als mogelijk proberen te volgen.

 

Geen 2e Vechtbrug in Breukelen

De Vechtplassencommisie heeft een lange geschiedenis van ‘vechten’ tegen een tweede Vechtbrug bij Breukelen. Samen met 14 andere belangenorganisaties en bewonersgroepen is nu opnieuw met succes bezwaar aangetekend tegen het voorstel om in Breukelen een tweede brug over de Vecht aan te leggen.

Dit voorstel is op 20 december 2016 met 23 tegen 10 stemmen in de gemeenteraad verworpen. Daarmee is na ruim 40 jaar een definitief einde gekomen aan de discussie over de aanleg van een 2e Vechtbrug.

Die brug zou een einde moeten maken aan het drukke verkeer in de Brugstraat. Op verzoek van de gemeenteraad zijn daarom de mogelijkheden en de kosten van een tweede Vechtbrug onderzocht. Er kwamen drie locaties in beeld: ten zuiden van Nyenrode, ter hoogte van Broeckland en ter hoogte van de Loswal. Hoewel uit dat onderzoek bleek dat door de reeds getroffen maatregelen de verkeersdruk – met uitzondering van het zware landbouwverkeer – in de Brugstraat blijvend onder de norm was gekomen, werd het voorstel voor een tweede brug toch in stemming gebracht.

De onherstelbare aantasting van het cultuurlandschap van de Vecht, de negatieve gevolgen van de toename van het verkeer op Zandpad en Straatweg en het ontbreken van de noodzaak zijn met succes door bewonersgroepen en 14 belangenorganisaties aangevoerd om de aanleg van een tweede brug over de Vecht te voorkomen. Voor het zware landbouwverkeer liggen betere oplossingen voor de hand, zoals bedrijfsverplaatsing van vrachtverkeer aantrekkende bedrijven en grondruil, waardoor agrariërs geen gronden aan beide zijden van de Vecht hebben.