<- Previous   First   Next ->

Varen


84PAGE6.5_111102-72dpi92-00.jpg

Voor de beroepsvaart is de Vecht van gering belang. Jaarlijks varen zo’n 900 boten door de Vecht. Voor de pleziervaart is de Vecht een belangrijke route. De rivier is schakel in de staande-mastroute van zuidwest-Nederland naar Friesland. In de Vechtstreek zelf schakelt de Vecht een aantal plassen. De meeste boten bevaren het noordelijke deel. Bij Muiden passeren jaarlijks 35.000 boten; bij Loenen 24.000 en bij de Weerdsluis in Utrecht

De Vecht is nu in feite een vaarweg waar ieder doet wat hem of haar goeddunkt. Dat is ook de charme van varen. Toch vraagt tegelijkertijd het belang van andere functies om een strakkere definite van het begrip vaarweg. Omdat nu niet duidelijk is waar gevaren mag worden, geldt het gehele watervlak als verkeersruimte. Onder die condities is geen ontwikkeling van aaneengesloten oevers mogelijk en alle belangen die daarmee gediend zijn. Daarom is zo’n strakkere aanpak van het varen nodig. Met relatief geringe middelen kan de oeverzone voor ‘doorgaand verkeer’ ongeschikt worden gemaakt (bijvoorbeeld omdat daar met een zeker ritme aanlegplaatsen voorkomen).

9.000.

De Vecht is aldus een druk bevaren route en dat tekent zich in de oeverbescherming die vooral in de smalle delen nodig is. Golfslag en illegaal afmeren zijn schadelijk voor de toch al smalle oevers. Daarom is sinds enige tijd een afmeerverbod geldig en wordt gestudeerd op een uitbreiding van het aantal aanlegplaatsen.

Aanlegplaats Vechtprofiel

92



<- Previous   First   Next ->