Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen

Het Oostelijk Vechtplassengebied is een waardevol natuur- en recreatiegebied waar het fijn wandelen, fietsen en varen is en verdient zeker een Gebiedsakkoord. Maar er liggen ook opgaven voor het verbeteren van de waterkwaliteit, er is een baggerprobleem in de Loosdrechtse Plassen en de watersportsector en de horeca vragen om een vernieuwingsimpuls. Op initiatief van de Provincie Noord-Holland werken overheden, ondernemers, bewoners, deskundigen en belangenorganisaties aan oplossingen die recht doen aan de -soms strijdige- belangen. De stip op de horizon is een aantrekkelijk gebied voor (kleine) watersport, wandelen en fietsen en waar ook plaats is voor natuurverbindingen, moerassen en hun bewoners en gezonde agrarische gronden etc.

De inbreng van de Vechtplassencommissie (VPC) focust op de cultuurhistorische en de natuur- en landschapswaarden; we hebben veel lokale kennis en deskundigheid kunnen delen. De VPC vergeet daarbij de landschappelijke kwaliteiten met bijvoorbeeld de legakkers en de rietoevers niet. De inventarisatie van de natuurwaarden en van de opgaven om deze te behouden en te verbeteren is voltooid.

Aan de andere kant zijn ook de eerste wensen vanuit de recreatiesector, bijvoorbeeld in de vorm van extra recreatieve routes, in kaart gebracht. Dan komt het aan op wikken en wegen. Daarbij onderkennen we enerzijds het belang van strikte rust in bepaalde zones maar ook dat van de mens die van die natuur en het landschap moet kunnen genieten. Soms is het lastig om de belangen met elkaar te verenigen. Een voorbeeld is de wens om een vaarverbinding te maken tussen de Loosdrechtse Plassen en het Hilversums Kanaal, via de Wijde Blik, bijvoorbeeld met een afgescheiden kanaal in de Loenderveense Plas. Wij vrezen schade aan het oeverlandschap en de verwachte grotere recreatiedruk op het Wijde Blik. Een Milieueffectrapport zal de effecten voor economie, ecologie en leefomgeving voor de verschillende opties inzichtelijk maken. Wij schorten ons standpunt in deze nog even op.

Doel van het proces is een Gebiedsakkoord waarin de betrokken partijen zich verbinden tot het uitvoeren van plannen ter verbetering van de natuur- en recreatiekwaliteiten. Voor overheden betekent dat het faciliteren van vernieuwingsmaatregelen en het financieren van aanpassingen. Te denken valt aan het baggeren van de Loosdrechtse Plassen, het verbeteren van de waterkwaliteit, de aanleg van nieuwe recreatieve vaarroutes en het ondersteunen van de recreatieondernemers met een gebiedsloods. De ondertekening van het Gebiedsakkoord is voorzien voor december 2017.

Een vierbaans N201 door het midden van de Vechtstreek?

Naar aanleiding van ‘wikken & wegen-sessies’ over de toekomst van de N201, heeft de Vechtplassencommissie (VPC) haar zorgen geuit over de mogelijkheid dat de N201 zal worden opgewaardeerd tot een vierbaansweg. Zo’n ingreep past naar de mening van de VPC niet in het Groene Hart en kan worden beschouwd als een achterhaalde aanpak van de verkeersproblemen, gelet op o.a. de ontwikkelingen op het gebied van werken en mobiliteit.

De VPC: opwaardering tot een vierbaansweg is een ingrijpende maatregel die grote impact zal hebben op het Groene Hart. Daarbij zijn veel cultuurhistorische, landschappelijke en natuurbelangen in het geding. Die van:

• het in ontwikkeling zijnde natuurgebied Marickenland nabij Mijdrecht • de dorpskern van Vinkeveen • de Vinkeveense Plassen, van betekenis als onderdeel van het nationaal natuurnetwerk, landschappelijk en recreatief • Loenersloot • Vreeland • de Vecht • de Oostelijke Vechtplassen, van betekenis als onderdeel van het nationaal natuurnetwerk, grenzend aan Natura 2000-gebieden en landschappelijk en recreatief. Voor dit gebied is een Gebiedsakkoord in voorbereiding om de recreatie en natuurkwaliteiten op te waarderen.

Naast de schade aan cultuurhistorie, landschap en natuur betekent een vierbaansweg een (verdere) verslechtering van de leefomgeving en van het milieu. De geluidsbelasting zal aanzienlijk toenemen, allereerst door de aanzuigende werking van verkeer maar ook doordat het zeer waarschijnlijk is dat de rijsnelheid omhoog zal gaan. Bedenk daarbij ook dat een onverhoopte opwaardering met name wordt ingegeven door behoefte aan capaciteit voor vrachtverkeer dat éxtra geluidsoverlast met zich brengt. Bewoners in delen van het gebied ervaren de geluidsbelasting van de huidige N201 nu reeds als bijzonder hinderlijk. Daarbij is ook nog eens sprake van stapeling met geluidsoverlast van de luchthaven Schiphol. Toename van verkeer zal ook leiden tot meer uitstoot van schadelijke stoffen (fijnstof!) in het gebied.

De huidige N201 is een drukke weg, maar ook een parel in de hectische omgeving die goed past in het kleinschalige landschap van het gebied. Hij is open en in ons gebied zonder geluidsschermen waardoor het landschap te lezen blijft. Verbreding zou een onomkeerbare verhakseling van het gebied opleveren. De verbindingen van het gebied ten noorden en ten zuiden worden lastiger, gevaarlijker en scheppen een psychologische barriere.

Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat het hierbij zou blijven. Bij de A2 hebben we kunnen zien dat afspraken van het Rijk met gemeenten over maximumsnelheid al na enkele jaren boterzacht blijken. En de stap van vier naar zes rijstroken is makkelijker gemaakt dan de nu voorliggende van twee naar vier. Geluidsoverlast zal de vraag naar geluidsschermen ontlokken en voor je het weet spreken we over de A201. We hebben gezien hoe dat is gegaan met de Gaasperdammerweg, nu A9.

Achterhaalde aanpak Het scenario van opschalen naar een vierbaansweg beschouwen we als een achterhaalde methode om met mobilteit om te gaan. Wij verwachten dat in het kader van het onderzoek naar de toekomst van de N201 de ontwikkelingen rond samenleving en economie nadrukkelijk zullen worden meegewogen. Wij noemen er een paar:

• Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt het mobiliteitsvraagstuk voornamelijk aangepakt met meer asfalt. Het lijkt erop alsof niet wordt ingezien dat niet alleen meer auto’s vragen om meer wegcapaciteit, maar dat dat leidt tot steeds meer auto’s. Je hoeft geen verkeerskunde te hebben gestudeerd om te zien dat de rigoureuze uitbreiding van de A2 heeft geleid tot een enorme toevloed van auto’s en een even groot aantal files als vóór de verbreding. Het is niet alleen zo dat de auto de voorkeur krijgt boven het OV, maar het wegenaanbod leidt er ook toe dat mensen verder weg van hun werk gaan wonen. De infrastructuur schept de vraag. Het patroon van verder asfalteren en toenemend autogebruik dient te worden doorbroken.

• Het is daarom geboden het mobiliteitsvraagstuk met een andere bril te beschouwen. Met een bril die zich realiseert dat de Randstad steeds meer de kenmerken vertoont van een groot stedelijk gebied. Een gebied dat –net als andere grote steden- vraagt om minder particuliere auto’s en meer snelle OV-verbindingen.

• Een bril die rekening houdt met het akkoord van Parijs en de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen in hoog tempo af te bouwen.

• Een bril die rekening houdt met razendsnelle technologische verbindingen. Wat betekent de geautomatiseerd bestuurde auto voor de wegcapaciteit? Een gelijkmatiger rijpatroon, een daardoor veel geringer energieverbruik, geringere onderlinge afstanden en minder ongevallen kunnen de capaciteit zeer vergroten, zeker ook voor het vrachtverkeer.

• Een bril die ziet hoe onze verhoudingen tot arbeid veranderen naar een diensten- en ideeëneconomie waarin wonen en werken steeds meer geïntegreerd raken. Waarin technologische mogelijkheden in communicatie de behoefte aan fysiek bijeen zijn doen afnemen. Hoeveel organisaties in deze regio hebben inmiddels vaste werkplekken verlaten en gekozen voor allerlei vloeibare constructies voor onderling ontmoeten werken waar je bent?

• Welke impulsen zijn er mogelijk in de richting van efficiënter vrachtvervoer, mede rekening houdend met de relatief geringe financiële bijdrage van het vrachtverkeer aan de algemene middelen?

Ons inziens is schade aan de genoemde kwaliteiten in het gebied slechts te voorkomen met een onwaarschijnlijk aantal infrastructurele kunstwerken. Is de toegenomen en nog toe te nemen verkeersdruk zo’n investering waard? Wij denken van niet.

Kortom: de Vechtplassencommissie is voorstander van het handhaven van de lokale en hooguit regionale status van de N201 en bepleit om dit als uitgangspunt te hanteren bij het onderzoek naar de toekomst van de weg.

Een eventuele omlegging van de N201 ten zuiden/zuid oosten van Hilversum heeft ook grote impact op landschappelijke en natuurwaarden. Onze zorgen daarover zullen wij bij de provincie Noord-Holland deponeren.

Bestemmingsplan voor de Vecht in Stichtse Vecht

 

De gemeente Stichtse Vecht heeft het voornemen om speciaal voor de gehele rivier de Vecht een ‘eigen’ bestemmingsplan te maken. Dat betekent dat het onderwerp ‘Vecht’ uit een aantal andere bestemmingsplannen zal worden gehaald (bij voorbeeld het bestemmingsplan Rondom de Vecht). Het nieuwe voor de gehele Vecht geldende bestemmingsplan zal een aantal bouwstenen hebben zoals:

de nota vaarbeleid, het beleidsplan woonschepen, en het (oude) Restauratieplan voor de Vecht.

De Vechtplassencommissie zal dit proces zo goed als mogelijk proberen te volgen.

 

Geen 2e Vechtbrug in Breukelen

De Vechtplassencommisie heeft een lange geschiedenis van ‘vechten’ tegen een tweede Vechtbrug bij Breukelen. Samen met 14 andere belangenorganisaties en bewonersgroepen is nu opnieuw met succes bezwaar aangetekend tegen het voorstel om in Breukelen een tweede brug over de Vecht aan te leggen.

Dit voorstel is op 20 december 2016 met 23 tegen 10 stemmen in de gemeenteraad verworpen. Daarmee is na ruim 40 jaar een definitief einde gekomen aan de discussie over de aanleg van een 2e Vechtbrug.

Die brug zou een einde moeten maken aan het drukke verkeer in de Brugstraat. Op verzoek van de gemeenteraad zijn daarom de mogelijkheden en de kosten van een tweede Vechtbrug onderzocht. Er kwamen drie locaties in beeld: ten zuiden van Nyenrode, ter hoogte van Broeckland en ter hoogte van de Loswal. Hoewel uit dat onderzoek bleek dat door de reeds getroffen maatregelen de verkeersdruk – met uitzondering van het zware landbouwverkeer – in de Brugstraat blijvend onder de norm was gekomen, werd het voorstel voor een tweede brug toch in stemming gebracht.

De onherstelbare aantasting van het cultuurlandschap van de Vecht, de negatieve gevolgen van de toename van het verkeer op Zandpad en Straatweg en het ontbreken van de noodzaak zijn met succes door bewonersgroepen en 14 belangenorganisaties aangevoerd om de aanleg van een tweede brug over de Vecht te voorkomen. Voor het zware landbouwverkeer liggen betere oplossingen voor de hand, zoals bedrijfsverplaatsing van vrachtverkeer aantrekkende bedrijven en grondruil, waardoor agrariërs geen gronden aan beide zijden van de Vecht hebben.

Geen Tweede Vechtbrug in Breukelen

Geen tweede Vechtbrug in Breukelen na protest

Er komt geen tweede Vechtbrug in Breukelen, besloot de gemeenteraad onlangs. Eerder maakten 14 organisaties, waaronder de Vechtplassencommissie en de NMU, bezwaar vanwege de de negatieve gevolgen voor natuur, landschap en monumenten. Met succes dus!

Op verzoek van de gemeenteraad is de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en kosten van een tweede Vechtbrug in Breukelen. Er waren drie locaties in beeld: ten zuiden van Nyenrode, ter hoogte van Broeckland en ter hoogte van de Loswal.

Op 20 december 2017 zijn tijdens de gemeenteraadsvergadering de noodzaak van een tweede brug en de mogelijke effecten daarvan besproken. Bewoners en belangenorganisaties brachten naar voren dat een tweede brug geen oplossing biedt voor verkeersproblemen in de Breukelse Brugstraat en te veel nadelige gevolgen heeft voor o.a. de cultuurhistorische monumenten, natuur en landschap.

Mede door de inbreng van bewonersgroepen en een gezamenlijke brief van 14 organisaties (waaronder de NMU, onder aanvoering van de Vechtplassencommissie) verwierp de gemeenteraad de aanleg van een tweede brug met 23 tegen 10 stemmen.

Wethouders-gesprekken

Waarover praat de VPC met wethouders? De VPC bewandelt vele wegen om haar doelstelling, een hoge kwaliteit van landschap, natuur en cultuur in de Vechtstreek, te bereiken. Een van de instrumenten is om de vinger aan de pols te houden bij de gemeentebesturen en met name wethouders en ambtenaren. Waar gaat het dan zoal over?
In algemene zin staan op de agenda zaken rond beleidsontwikkeling, advisering en handhaving. Zo is vrij recent in Stichtse Vecht de financiële en beleidsstructuur rond monumentenzorg gewijzigd. Dat was aanleiding voor de VPC om bij de wethouder voorstellen te doen voor een nadere uitwerking van de procedures rond de zorg voor onroerende gemeentelijke monumenten. En er o.a. voor te pleiten dat de gemeente eigenaren die ontwikkelplannen hebben voor monumenten zo vroeg en zo goed mogelijk informeert over de voorschriften maar deze eigenaren vooral ook de weg wijst naar potentiële bronnen voor cultuurhistorische kennis over hun objecten. Constructief overleg en advies in de beginfase leidt immers tot een effectiever en fraaier resultaat dan commentaar achteraf. In haar “servicemomenten” kan de gemeente dit zoveel mogelijk bevorderen.
In het verlengde van de adviesrol van de VPC op het terrein van landschap, natuur en cultuur wordt ook regelmatig van gedachten gewisseld over de kansen en bedreigingen van bepaalde door de VPC gesignaleerde concrete ontwikkelingen. Zo heeft de VPC bijvoorbeeld haar zorgen geuit over de bouwkundige staat van de enige nog resterende steenoven aan de Vecht bij Breukelen: Vecht en Rhijn. De VPC ziet met lede ogen aan dat dit object in toenemende mate vervalt. We zouden het verlies van het laatste tastbare overblijfsel van dit Vechtse ambacht zeer betreuren. Samen met de gemeente hebben we onderzocht hoe we het verval zouden kunnen stoppen. Helaas is er tot nog toe geen oplossing gevonden die leidt tot het behoud van dit cultuurhistorisch waardevolle object.