Eilandjes Vinkeveense Plassen geveild?

April 2017: Recreatieschap Vinkeveense Plassen brengt 44 legakkers onder de hamer. Door de hoge kosten is het recreatieschap niet meer in staat om alle akkers te onderhouden.

Een onzalig plan? Zie http://kwaliteitsatlas.nl/2017/04/eilandjes-vinkeveense-plassen-veiling/

80 procent van de ruim 200 legakkers in de Vinkeveense Plassen is al particulier bezit. Op een deel van die eilandjes staan blokhutten die gedoogd worden. De eilanden die het recreatieschap nu verkoopt moeten echt onbewoond blijven (?). Hutten bouwen mag niet en overnachten mag alleen in een boot aan de oever van het eiland.

100 jaar Verkade-album ‘De Vecht’

100 jaar Verkade-album ‘De Vecht’
In 2015 was het 100 jaar geleden dat het Verkade-album ‘De Vecht’ van Jac. P. Thijsse werd uitgegeven. Voor het Vechtstreekmuseum te Maarssen aanleiding om een tentoonstelling te organiseren.
De Foto- en Videoclub Loenen werd gevraagd om foto’s te maken van 27 locaties waar de aquarellen en pentekeningen door de kunstenaars waren gemaakt. Na de tentoonstelling werd het plan opgevat om van alle 156 locaties die in het album voorkomen een foto te maken.
Dankzij de Historische Kringen uit Maarssen, Breukelen, Loenen, Kortenhoef en Nederhorst den Berg en passanten in de verschillende dorpen konden we de bijna-niet-terug-te-vinden locaties toch opsporen.
In 2 presentaties laten we zien hoe de locaties langs de Vecht er 100 jaar later uitzien.

Geen Tweede Vechtbrug in Breukelen

Geen tweede Vechtbrug in Breukelen na protest

Er komt geen tweede Vechtbrug in Breukelen, besloot de gemeenteraad onlangs. Eerder maakten 14 organisaties, waaronder de Vechtplassencommissie en de NMU, bezwaar vanwege de de negatieve gevolgen voor natuur, landschap en monumenten. Met succes dus!

Op verzoek van de gemeenteraad is de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en kosten van een tweede Vechtbrug in Breukelen. Er waren drie locaties in beeld: ten zuiden van Nyenrode, ter hoogte van Broeckland en ter hoogte van de Loswal.

Op 20 december 2017 zijn tijdens de gemeenteraadsvergadering de noodzaak van een tweede brug en de mogelijke effecten daarvan besproken. Bewoners en belangenorganisaties brachten naar voren dat een tweede brug geen oplossing biedt voor verkeersproblemen in de Breukelse Brugstraat en te veel nadelige gevolgen heeft voor o.a. de cultuurhistorische monumenten, natuur en landschap.

Mede door de inbreng van bewonersgroepen en een gezamenlijke brief van 14 organisaties (waaronder de NMU, onder aanvoering van de Vechtplassencommissie) verwierp de gemeenteraad de aanleg van een tweede brug met 23 tegen 10 stemmen.

Nieuwe Wet natuurbescherming

Wet Natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet samengevoegd. Met de inwerkingtreding wordt het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. Uiteindelijk zal de nieuwe Wet natuurbescherming worden opgenomen in de Omgevingswet.

Versterking regionaal natuurbeleid: De decentralisatie van deze verantwoordelijkheden naar provincies geeft provincies meer mogelijkheden hun natuurbeleid vanuit een eigen regionale benadering en in samenspraak met regionale partners te versterken. Goed regionaal ingebed natuurbeleid draagt bij aan het behouden, ontwikkelen en verbinden van de natuur. Provincies stellen hiertoe onder meer een eigen provinciale natuurvisie op. In de op grond van de nieuwe wet opgestelde provinciale verordeningen zijn de provinciale regels voor bescherming van gebieden (Natura 2000), dieren en bomen opgenomen.

Extra verantwoordelijkheden provincies: Voor onderdelen van de oude natuurwetgeving, zoals ontheffingen in het kader van schadebestrijding, waren provincies al verantwoordelijk. Deze provinciale verantwoordelijkheden worden uitgebreid met verantwoordelijkheden die tot 1 januari 2017 nog aan het rijk toebehoorde. Dit betreft met name de verlening van vergunningen en ontheffingen in het kader van de bescherming van dieren, planten bij ruimtelijke ingrepen. Voortaan moet bijvoorbeeld ook het kappen van bomen ook bij de provincie worden gemeld en zien zij toe op de uitvoering van de herplantplicht. In beide gevallen worden provincies ook verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Tot 1 januari lagen al deze verantwoordelijkheden nog bij het Rijk (i.c. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Faunabeheer en faunaschade: Het faunabeheerplan wordt het centrale plan voor het gehele faunabeheer. Populatiebeheer, schade- en overlastbestrijding en de jacht op de wildsoorten moeten conform het faunabeheerplan wordt uitgevoerd. De provincies stellen in hun verordeningen regels vast waar deze faunabeheerplannen aan dienen te voldoen. Het faunabeheerplan wordt opgesteld door de faunabeheereenheid. De wet natuurbescherming regelt dat in het bestuur van de faunabeheereenheden ook maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn. Provincies hebben hierover afspraken gemaakt met de faunabeheereenheden. De verlening van tegemoetkomingen voor faunaschade is naar de twaalf afzonderlijke provincies gedecentraliseerd. Tot 1 januari 2017 was hiervoor een zelfstandig bestuursorgaan (het Faunafonds) verantwoordelijk. De provincies hebben met elkaar afgesproken dat zij de uitvoering van deze taak gezamenlijk vorm blijven geven in de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie BIJ12.

Brochure: Voor iedereen die activiteiten en werkzaamheden verricht op plaatsen waar zich mogelijk beschermde planten en dieren bevinden, heeft het ministerie van Economische Zaken een brochure uitgegeven over soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Bron: Interprovinciaal Overleg, IPO

Nieuwe Natuurwet

Vanaf 1 januari 2017 gaat de nieuwe Wet natuurbescherming in. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met 1 wet en minder regels wordt het makkelijker om de wet toe te passen.

Bescherming van dieren en planten

Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige diersoorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het goed gaat met de natuur, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten.

Rolverdeling provincies en Rijk

Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer.

Vergunningen aanvragen

Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt net als voorheen getoetst aan de natuurwet. Het blijft mogelijk om bij de provincie een aparte natuurvergunning aan te vragen.

Jacht om schade te beperken

Er mag worden gejaagd wanneer dieren schade veroorzaken of om te beheren. Provincies, grondeigenaren, dieren- of natuurorganisaties en jagers maken samen vooraf een faunabeheerplan. Daarin staat op welke en op hoeveel dieren gejaagd mag worden. Na het jachtseizoen moeten de jagers volgens de nieuwe wet laten weten welke dieren zijn afgeschoten. Dit zorgt voor beter inzicht in de jacht.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/inhoud/nieuwe-natuurwet

NMU-bijeenkomst over de toekomst van de Utrechtse melkveehouderij

Op 16 december organiseerde de NMU een bijeenkomst over de toekomst van de Utrechtse melkveehouderij. Op boerderij Fortzicht in Groenekan waren ruim 50 mensen aanwezig om naar enkele sprekers te luisteren en om vervolgens met elkaar van gedachten te wisselen. De samenstelling was erg divers: Statenleden, wethouders, ambtenaren van provincie, gemeenten en waterschap, agrariërs en medewerkers van natuurorganisaties.

Zie http://www.nmu.nl/nieuws/duurzame-melkveehouderij-utrecht/

Ook bij gelijkblijvend beleid zal het aantal bedrijven tot 2020  vermoedelijk teruglopen van 18.000 naar 12.000.
Wat gaat er met de gronden gebeuren die als gevolg hiervan vrij (kunnen) komen?
Hier ligt zowel een kans als een bedreiging. Gechargeerd:
  • kans: instandhouding kleinschalig cultuurlandschap en weidevogels enz. door samenwerking en omschakeling naar ‘groene boeren’
  • bedreiging: teloorgang cultuurlandschap en verdere monocultuur door opkoop gronden door intensive veehouderij (veelal in Brabant gevestigd) die 3 x per jaar door een loonwerker laat maaien en 1 x per jaar de grond gebruikt voor zijn mestoverschot.

 

Landelijke registratie van landschapselementen

Landelijke registratie van landschapselementen lijkt haalbaar

Ondanks de relevantie van landschapselementen ontbreekt het aan een goede registratie ervan. Anne van Doorn van Wageningen Environmental Research heeft nu in samenwerking met LandschappenNL in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar mogelijkheden om deze registratie in te voeren.

Landschapselementen in het landelijk gebied zijn belangrijk. Zowel de Landschapsbrief van staatssecretaris Van Dam van oktober 2016, als het advies ‘Verbindend landschap’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) van november 2016 onderstreept het belang van het landschap. De RLI wijst daarbij ook op de verantwoordelijkheid van de overheid om de kwaliteit van het landschap te borgen.

Landelijke basisregistratie
De haalbaarheidsstudie van Wageningen Environmental Research en LandschappenNL toont een drietal varianten voor registratie. Op dit moment al is er een registratie via vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast is er de optie van een basisregistratie. Hierbij wordt gezorgd voor een infrastructuur van ruimtelijke data met een gemeenschappelijke bronhouder die registreert op basis van aangeboden gegevens van landschapselementen. Het risico hiervan is dat de overheid voor het inzamelen van gegevens, en dus voor de uitvoering van het beleid, afhankelijk wordt van derden, waardoor de effectiviteit beperkt is. Om de registratie goed op te zetten moet worden toegewerkt naar een landelijke basisregistratie met een bronhouder die zorgt voor volledige inwinning van alle relevante gegevens.

Beleidsambitie waarmaken
Een landelijke basisregistratie met een bronhouder vraagt een eenmalige investering van 4,68 miljoen euro met 1,8 miljoen euro aan jaarlijkse beheerkosten. Daar staat tegenover dat de overheid zo boeren effectief kan stimuleren om tot een groener en meer landschapsvriendelijk beheer te komen. Ook ketenpartijen als FrieslandCampina en decentrale overheden kunnen zo hun beleidsambities op het gebied van landschap waarmaken. Vanwege de kosten zou de overheid in eerste instantie kunnen kiezen voor een eenvoudige, vrijwillige basisregistratie, en van daaruit toewerken naar een verplichte, landelijke registratie van alle waardevolle landschapselementen.

Zie voor meer informatie het rapport Samen naar een registratie van groene en blauwe landschapselementen op de site van Wageningen Environmental Research.

bron: Wageningen Environmental Research, 13/12/16

Behoed de Vechtstreek voor een tweede Vechtbrug in Breukelen

Een gepassioneerde oproep

Aan de fractievoorzitters  van de Gemeenteraad van Stichtse Vecht

6 december 2016

Aan alle bestuurders die zijn betrokken bij het plan om een extra brug over onze mooie historische rivier te bouwen.

Allereerst wil ik graag meedelen dat ik op politiek gebied niet erg actief ben, maar de wederkerende brug kwestie en de nood tot bescherming van het historisch erfgoed genaamd:  DE VECHTSTREEK, waar wij allen altijd zo graag over roepen dat het ons aan het hart gaat, doet mij nu echt in de pen klimmen om u nu allen op te roepen tot wezenlijke bescherming daarvan. Geen woorden maar daden!

Onze mooie rivier die indertijd zelfs bestand leek tegen het kanaliseren waardoor we nu het Amsterdam Rijn kanaal hebben wordt bedreigd. Waarom nu weer dit onzalige plan om het verkeer te intensiveren, tegen iedere grootsteedse filosofie in, die zich in alle bochten wringt om het verkeer kwijt te raken. Loenen als voorbeeld waar zelfs een rondweg is aangelegd. Nee – Breukelen moet nu een extra brug hebben ten behoeve van een paar ondernemers die beter hun heil kunnen gaan zoeken op de oprukkende industrie gebieden langs de A2 die er zijn om juist het verkeer elders te verlichten en de bereikbaarheid van bedrijven te stimuleren.

Het landschap en de cultuurhistorie in het Vechtgebied hebben een enorme toeristische aantrekkingskracht. Daarom komen de mensen hier ook naar toe, om te genieten van de prachtige monumentale uitstraling. Zoals in de Cultuur en Recreatie nota meermalen wordt genoemd, wil de gemeente inzoomen op kwaliteit en kleinschaligheid. Geef ruimte aan de fietser en wandelaar, maak het Zandpad autoluw en ik zou ook zeggen: bestem de Rijksstraatwegen voor bestemmingsverkeer. De provincie denkt en helpt mee door in parkeerplaatsen aan de buitenkant van favoriete gebieden te investeren (TOP’s). Daar kan men ook fietsen huren.  Daarom heb ik als gepassioneerd ondernemer maar ook als liefhebber van deze streek geïnvesteerd in B&B’s en antiquiteiten winkels in Zuilen en Breukelen, nu ook in Nieuwersluis waar Hotel De Kampioen in ere wordt hersteld. Dat past heel goed in deze streek.

Door een extra Vechtbrug in Breukelen te bouwen, verdwijnt de identiteit en charme van dit unieke, maar kwetsbare Vechtgebied. Het hek is dan van de dam voor allerlei ontwikkelingen en dat zal juist onnodig verkeer genereren waar veel ondernemers nu juist geen baat bij hebben, hoe vreemd dat ook mag klinken. De uitstraling van deze omgeving is haar grootste “selling point”. Een ondernemer aan de oostzijde trekt alle registers open om de brug voor zijn deur te krijgen. Hij is uit zijn jasje gegroeid en ook niet meer economisch aan dit gebied gebonden. (Nog ca.1 ha boomgaard). Vrijwel al het fruit wordt aangevoerd.  Hierbij kom ik terug op het belang van zijn plaats op een industrieterrein, de al eerder vergunde uitbreiding had nooit, echt NOOIT, vergund mogen zijn. Hij heeft hier nog wel ruimte om zijn educatieve plannen te ontwikkelen, die hij opperde bij zijn vorige verzoek om uitbreiding. Een plaats op een industrieterrein is zeker voor de lange termijn veel logischer.

Juist met eerder door mij aangevraagde vergunningen blijkt de gemeente zo voorzichtig met wat kan en niet kan, en daar op terug kijkend ben ik in het verleden terecht en geargumenteerd teruggefloten, dit door een gebrek aan monumentaal inzicht indertijd. Men had gelijk en ik heb daarvan geleerd. Waarom nu dan wel een onnodige brug? Daar waar er veel minder ingrijpende, veel goedkopere en veel simpelere oplossingen zijn.

Ik verzoek dan ook dringend namens mijzelf, de Stichting monumenten Lloyds en Monumenten Maatschappij Utrecht BV van dit voorgenomen plan voor eens en voor altijd af te zien.

Hoogachtend,

Bert Degenaar
Dorpsstraat 18
Oud Zuilen
bert@degenaar.nu